VVT-organisaties bereiden zich voor op verantwoord datagebruik
Straks kunnen VVT-professionals steeds vaker gezondheidsgegevens van cliënten zien die eerder al buiten hun eigen organisatie zijn vastgelegd. Hoe ga je daar als zorgprofessional mee om? Liberein schreef de eerste opzet voor een beleid voor omgang met databeschikbaarheid op en deelde dat tijdens een werksessie met de andere VVT-organisaties.
Zorgprofessionals krijgen straks steeds vaker digitaal inzage tot gegevens van cliënten die zorg hebben ontvangen bij een andere zorgorganisatie. Dat is anders dan een overdracht waarbij professionals elkaar spreken en informatie kunnen toelichten. “We kunnen straks gegevens inzien waarvan we niet altijd de context kennen”, vertelt Lauren Kerkhof, adviseur beleid en kwaliteit en projectleider bij Liberein. “Nu vindt vaak nog een warme overdracht plaats, maar straks kan informatie van een andere behandelaar via een systeem als Zorgviewer worden ingezien, zonder dat iemand daar mondeling een toelichting bij geeft. Dat vraagt iets anders van de professional die deze informatie gebruikt.”
Informatie vraagt om beoordeling
Een belangrijk uitgangspunt in de concept beleidsopzet van Liberein is daarom dat beschikbare data moet worden gezien als informatie en niet als een volledige overdracht. De zorgprofessional blijft zelf verantwoordelijk voor de beoordeling en het gebruik ervan.
Daarbij maakt het ook uit om welk type informatie het gaat. ”Laboratoriumuitslagen, allergieën en medicatievoorschriften zijn feitelijke gegevens die in veel gevallen direct gebruikt kunnen worden. Een observatie, bijvoorbeeld over onrust, gedrag of valrisico, is afhankelijk van de situatie waarin deze is vastgelegd en vraagt om interpretatie”, zegt Daniëlle van der Kleijn, senior functioneel beheerder bij Liberein. “Je moet als zorgprofessional dus zelf blijven nadenken. Hoe oud is deze informatie? Kan er in de tussentijd iets zijn veranderd? En past wat ik lees bij wat ik zelf zie of wat de cliënt mij vertelt? Je kunt gegevens niet zomaar één-op-één overnemen.”
Samen vooruit
Liberein deelde de beleidsopzet tijdens een werksessie met de andere VVT-organisaties binnen Versneld verbinden. Samen bekeken zij welke uitgangspunten herkenbaar en bruikbaar zijn en welke onderwerpen nog verder moeten worden uitgewerkt. “Hoe mooi zou het zijn als we in de regio dezelfde uitgangspunten kunnen gebruiken”, zegt Kerkhof. “We lopen voor een groot deel tegen dezelfde vragen aan. Dan hoeven we niet allemaal afzonderlijk hetzelfde uit te zoeken.”
Nieuwe manier van werken
Dat gesprek wordt bewust nu al gevoerd, dus ruim voordat zorgprofessionals daadwerkelijk op grote schaal gegevens uit andere organisaties kunnen inzien. “Je wilt niet achter de feiten aanlopen”, zegt Kerkhof. “Als de techniek er straks is en je dan nog moet bedenken hoe je met die informatie omgaat, ben je te laat.” Het gaan niet om techniek, maar de echte verandering zit in de manier waarop zorgprofessionals met de informatie omgaan. Door nu al afspraken te maken over het zorgvuldig gebruiken en interpreteren van gegevens, bereiden de VVT-organisaties in onze regio zich voor op de nieuwe, landelijke manier van werken. Zodat zorgprofessionals straks niet alleen méér informatie tot hun beschikking hebben, maar ook weten hoe ze die verantwoord kunnen gebruiken.
Lees ook:
- Hoe een kijkje in de keuken leidt tot databeschikbaarheid
- Bijna 10.000 toestemmingen voor delen van gegevens in de VVT
