Beter inzicht in VVT-beddencapaciteit door eenduidige registratie
Hoe zorgen we ervoor dat zorgverleners hun patiënten sneller op de juiste plek te krijgen? Eenduidige registratie is essentieel om vraag en aanbod in het regionale zorgnetwerk beter op elkaar aan te laten sluiten. Cliëntadviseurs en zorgbemiddelaars van Carintreggeland, Livio, TMZ, Liberein en ZorgAccent gingen hierover in gesprek tijdens een ontwerpsessie binnen het project ‘Regionaal Capaciteitsinzicht’ (RCI).
Het project regionaal capaciteitsinzicht werkt aan beter inzicht in realistische beddencapaciteit in de regio. Zo wordt sneller duidelijk waar patiënten terecht kunnen voor betere en snellere vervolgzorg. “Eén regionale werkwijze, één voordeur en één gedeeld beeld van de capaciteit in de regio: dat is de basis om sneller de juiste zorg op de juiste plek te organiseren”, vertelt Nicole Viscer, zorgbemiddelaar bij TMZ.
In de ontwerpsessies ligt de focus op het eerstelijnsverblijf (ELV) en de geriatrische revalidatiezorg (GRZ). “Uniforme definities over de beschikbare zorg zijn essentieel voor wat we samen willen bereiken”, vertelt Judith Bakker, projectleider RCI. “Tegelijk willen we de organisaties écht ondersteunen. Om te voorkomen dat dit leidt tot extra registratielast, zoeken we samen naar de juiste ondersteuning om dit op een haalbare manier te organiseren.
Eerst de lokale basis op orde
VVT-organisaties hebben hun eigen capaciteit in beeld en registreren welke bedden open of gesloten zijn, welke capaciteit is gereserveerd en voor welke zorgtypen een bed kan worden ingezet. Voor ELV en GRZ gebeurt dat nu veelal in Excel. Bijna elke organisatie doet dat op een eigen manier en niet overal worden dezelfde definities gebruikt.
Voor regionaal inzicht wordt de informatie nu nog handmatig samengebracht. “Dat geeft ons al zicht op capaciteit en knelpunten”, vertelt Carien Morskieft, projectleider bij Carintreggeland. “Maar doordat organisaties hun capaciteit nu nog op verschillende manieren vastleggen, kost het veel handwerk om daar regionaal één beeld van te maken. Als die basis binnen de organisaties beter op elkaar aansluit, kan de informatie daarna actueler en betrouwbaarder regionaal worden gebruikt.”
Dezelfde taal spreken
Om capaciteitsinzicht regionaal goed te kunnen gebruiken, moeten organisaties hetzelfde bedoelen met wat zij registreren. Nu worden binnen de VVT nog verschillende definities gebruikt, al zijn hier en daar al afspraken gemaakt. De landelijke definities zijn leidend. Daar willen we als regio niet van afwijken. Wel wordt tijdens de sessies gekeken welke aanvullingen nodig zijn om deze definities goed bruikbaar te maken voor beschikbare capaciteit in de praktijk.
Dat is niet alleen belangrijk voor de VVT-organisaties zelf. Ook ziekenhuizen, Alerta, Zorgschakel Enschede en andere partners in het regionale zorgnetwerk moeten dezelfde informatie op dezelfde manier kunnen begrijpen. Pas als iedereen de beschikbare capaciteit hetzelfde typeert, kunnen vraag en beschikbare capaciteit goed op elkaar aansluiten.
Samen leren en verder ontwikkelen
De VVT-organisaties werken tijdens de ontwerpsessies bewust samen aan deze basis. Door werkwijzen en ervaringen naast elkaar te leggen, wordt duidelijk wat werkt en welke informatie echt nodig is. “Dit is samen leren”, zegt Bakker. “Als we dit goed willen blijven doen, moeten we onszelf ook kritische vragen blijven stellen. Waarom registreren we iets? Wat willen we ermee doen? En draagt die informatie daadwerkelijk bij aan de praktijk?”
De opbrengsten uit de sessies worden vertaald naar functionele eisen voor de ondersteuning van capaciteitsregistratie. Zo werken de VVT-organisaties stap voor stap toe naar een eenduidige manier van registreren, op een haalbare en betrouwbare manier. Zodat informatie niet alleen wordt vastgelegd, maar ook daadwerkelijk helpt om beter zicht te krijgen op beschikbare capaciteit en de in- door- en uitstroom van burgers, cliënten en patiënten.
